De "Vrijheid van onderwijs" is een groot goed in Nederland. Neem je dat als onderwerp voor een discussie-avond dan gaan bij sommige mensen alle stekels al overeind.
Powered by MySpott
Datum: 06-02-12
Hoe bereid je je kind optimaal voor op het cito-onderzoek? Hecht het voortgezet onderwijs teveel waarde aan de resultaten van de Cito-toets? Welk effect heeft het vooraf oefenen op het resultaat? Dat zijn vragen waarmee ouders van kinderen in groep 8 van het basisonderwijs worstelen.
Wie zijn er eigenlijk het meest gestresst door de Cito-toets? De kinderen die de toets deze maand gaan maken? of hun ouders die lopen na te denken over de schoolkeuze voor het voortgezet onderwijs? Steeds vaker hoor je dat ouders trainingen inhuren om hun kind zo optimaal mogelijk voor te bereiden op de Cito-toets. Cito zelf levert ook oefenprogramma's. Een mooie uitslag biedt immers betere kansen in het voortgezet onderwijs. Dat kan je dan ook nog laten begeleiden door trainers die het basisschoolkind het "do and don't" van het brugpieperbestaan alvast aanleren.
De vraag is natuurlijk of oefenen echt helpt? Als het al helpt is het de vraag of met het via oefenen positief beínlvoeden van de Cito-score geen situatie ontstaat, waarbij een leerling in het voortgezet onderwijs voortdurend "op de tenen moet lopen". Haalt het onderwijs echt uit het kind wat er in zit? is Cito überhaupt de juiste meetlat om dat te bepalen?
Regelmatig duikt de discussie op of het selectiemoment niet later moet komen te liggen. Zoals ook vaak de discussie ontbrandt of die cito-toets niet een maand of drie later in groep 8 aan bod moet komen. Daar doorheen loopt nu natuurlijk het plan van minister Van Bijsterveldt om een eindtoets voor taal en rekenen in het leven te roepen.
Ik denk dat een paar maanden later toetsen niet wezenlijk het verschil maakt. De vraag is of wij kinderen rond hun twaalfde al in een selcetiemolen moeten stoppen die cruciaal is voor hun verdere schoolloopbaan en toekomstig carriereperspectief. Zou het niet beter zijn die keuze rond hun vijftiende te leggen? Zoals in een aantal omringende landen ook gebeurd. Bij het antwoord op die vraag kom je snel terecht bij de oude gedachte van de "middenschool". In mijn ogen een goed idee dat in de verkeerde tijd geboren werd.
In mijn ogen zou de basisschool kinderen van pakweg het derde tot het tiende of elfde levensjaar onderwijs moeten bieden. Daarna is het tot het vijftiende levensjaar vooral zaak om uit te vinden: Wie ben ik? Wat kan ik? Wat wil ik? Als een soort van voorbereiding op het vorm geven van ambitie en talen vanaf dat vijftiende levensjaar in de diverse te onderscheiden richtingen. Het biedt laatbloeiers meer kans en biedt eigenlijk alle kinderen een prima basis voor de schoolloopbaan en de vervolgopleiding. Het geeft kinderen een paar jaar de tijd om beter te ontdekken waar hun kracht en hun talent ligt.
Binnenkort hoop ik met een aantal leerkrachten op bezoek te gaan op scholen in Tsjechië. Waar men kinderen van hun zesde tot hun vijftiende in één school onderwijs aanbiedt. Waar pas daarna het keuzemoment valt. Dat kan heel interessant zijn. Misschien zijn elementen uit die Tsjechische visie goed te incorporeren in het Nederlandse bestel. Dat laat zich m.i. prima verbinden met de ambitie om de kerntaken beter uit te voeren, zoals de minister bepleit en tegelijkertijd het kind meer ruimte te geven om te ontdekken waar het goed in is.
Het betekent ook dat de Cito-stress afneemt en de uitkomst daarvan minder bepalend wordt voor de kansen die het kind in de toekomst heeft.